Hoe gastvrij is Gelderland eigenlijk?

Die vraag stond 12 september 2016 centraal op de bijeenkomst die de Business Club Gastvrij Gelderland organiseerde in Kasteel Cannenburgh in Vaassen. Naast deze inspirerende omgeving was ook presentator Harms Edens present om de discussie op prikkelende wijze aan te zwengelen. Hoofdrolspelers waren de directeuren van de Gelderse Bureaus voor Toerisme: Achterhoek – Manuel Hezeman, Rivierenland – Richard de Bruin, Arnhem/Nijmegen Jurriaan de Mol en de Veluwe – Bastiaan Overeem die zich graag door de aanwezige business club leden lieten interrumperen.

Door Ton Vermeulen, redacteur NRIT Media Vrijetijdsplatform, www.nritmedia.nl

Gastvrijheid moet op een hoger plan

Na een amusant verhaal over zijn eigen jeugd waar vader Edens de familie al fietsend heel Nederland liet doorkruisen riep Harm Edens de aanwezigen vooral op om pijnpunten te benoemen. En die waren er volop. Zo vond Jurriaan de Mol dat Gelderland een provincie is met bescheiden mensen die niet voor zichzelf opkomen. Richard de Bruin vond dat we veel meer moeten benoemen wat goed gaat en waar we naar toe moeten groeien. Ook Wilco de Jong vond dat het hier en daar wel wat kan worden opgepoetst maar raakte wel een gevoelig onderliggend punt: “Het ontbreekt in Gelderland aan natuurlijke gastvrijheid.” Dat verleidde Jurriaan de Mol weer tot de stelling: “Horeca is een vak maar zie je in Nederland veel te weinig” Toch zit volgens de Mol gastvrijheid wel degelijk in de Gelderse aard als je kijkt hoe in de regio Nijmegen tijdens de Vierdaagse de lopers met open armen worden ontvangen. Bastiaan Overeem zag een duidelijke tweedeling tussen bedrijven die het wel goed doen en bedrijven die achterblijven. Maar ook hij moest constateren dat we in Gelderland nog niet op het niveau van West-Nederland zitten.
Presentator Harm Edens, die nog wel eens ergens in het land komt, had een goede tip om de trots en het zelfbewustzijn van Gelderland wat op te poetsen “Ik kom al jaren bij de uitreiking van de Flevius Award in Flevoland waar innovatieve ondernemers worden beloond. Dat werkt daar geweldig, zet ook iets dergelijks in Gelderland op!”
Richard de Bruin wilde de discussie naar een wat hoger abstractieniveau tillen door te stellen dat ‘gastvrijheid de totale beleving is die je de gasten meegeeft’. Helaas ziet hij in de Nederlandse horeca vooral veel werkstudenten die alleen maar geld willen verdienen. “Gastvrijheid moet in je zitten”, concludeerde hij.
De zaal deed volop mee aan de discussie en stak de hand ook in eigen boezem. “De kwaliteit in de regio gaat alleen omhoog als je elkaar bevrucht”, zei een van de aanwezigen. “Ondernemers moeten elkaar aansteken en stimuleren maar ook collega’s aanspreken als het niet goed gaat.” Bovendien hoeft een training niet veel te kosten: “Ondernemers moeten zelf op de werkvloer het goede voorbeeld geven en kunnen daar veel overbrengen aan het personeel.” Jurriaan de Mol had voor de aanwezigen nog een mooi succesverhaal in de achterzak:  “De gratis trainingstools van Visit Veluwe zijn inmiddels door meer dan 1.000 deelnemers gebruikt en de offlinecursusdag werd door 200 mensen bezocht.” En zo kan het dus ook!

Het toeristisch product Gelderland moet beter

Het vervolgens aangesneden thema het ‘product Gelderland’ riep al direct veel discussie op en dat begon gelijk al bij de stelling: “Het product Gelderland bestaat niet. We hebben niet voor niets vier verschillende streken”, stelde een ondernemer. Toch waren er ook mooie uitspraken over Gelderland. Wat dacht u van “Wij hebben het groen én de rest”, verwijzend naar de rijke geschiedenis van de provincie. Het belang van routes moet volgens Richard de Bruin niet worden onderschat: “Routes verbinden interessante plekken en maken ook kleine plekjes zichtbaar.”
Maar er was ook kritiek. Zo is de basisinfrastructuur niet altijd op orde om met slechte fietspaden en ontbrekend wifi er zomaar twee te noemen. En als het dan op orde is, worden die mooie fiets- en wandelpaden weer door nieuwe infrastructuur doorsneden. Tip van de avond was dan ook om al in een vroeg stadium met de plannenmakers van de overheid om de tafel te gaan zitten om de belangen van recreatie en toerisme veilig te stellen. Bij de Betuwelijn is dat duidelijk niet gebeurd en moesten dure maatregelen achteraf de routes herstellen. Aan de andere kant gaat er ook veel goed, kijk maar eens naar de Waalpromende in Nijmegen waar een prettig verblijf duidelijk voorop heeft gestaan. Duidelijk is dat de branche in gesprek moet met de overheid en gelukkig lukt dat ook steeds beter. “Er moet meer aandacht bij de beleidsmakers komen voor de vrijetijdseconomie”, verwoordde één van de aanwezigen het sentiment in de zaal. “En daar kunnen we zelf veel aan doen door duidelijk te maken dat de vrijetijdseconomie ‘serious business’ is. “De sector is in economisch en maatschappelijk opzicht veel groter dan we denken”, zei één van de ondernemers.
En het is altijd weer fijn om bij ondernemers te zijn die elke dag met de laarzen in de klei staan en een hele marketingwetenschap in drie woorden weten samen te vatten: “Trekken, vullen en binden.”

Wanneer komt het duurzame tipping point?

Het laatste thema duurzaamheid zorgde voor veel discussie. “We durven de werkelijkheid niet onder ogen te zien”, stelde een van de aanwezigen duidelijk. “Duurzaamheid is nog maar heel beperkt zichtbaar en zeker geen integrale aanpak.” Toch zijn er in Gelderland ook organisaties met ambitieuze doelstellingen zoals de Vierdaagse die over vier jaar volledig klimaatneutraal wil zijn. Algehele consensus was er wel op de stelling dat je met een duurzame bedrijfsvoering jezelf niet meer onderscheid en het in de nabije toekomst een basisvoorziening wordt. Presentator Harm Edens liep duidelijk op de troepen vooruit en voorzag dat het groene tipping point er snel aankomt. Toch moet de branche zelf aan de slag en moeten ze het samen oppakken. Goed voorbeeld zijn de golfbanen die samen in een convenant hun duurzame doelen hebben gedefinieerd.
Samenwerking met overheid verloopt stroperig
Aan het eind van de avond kwam toch de wat moeizame relatie met de overheid weer naar boven. Het zat de ondernemers duidelijk hoog. Aan de vele overlegplatforms met de overheid zal het niet liggen. Platforms met vaak goede intenties, maar een veel te laag tempo. In dat verband werd het Sprintteam Veluwe, whats in a name, als slecht functionerend voorbeeld aangehaald. “We moeten meer aan de overheidstafel zitten”, vonden de ondernemers “en beter met andere sectoren in de regio samenwerken.”

Regiomarketing is een overheidstaak

Over de financiering van de regiomarketing waren de ondernemers duidelijk: “Stop met het cofinancieringsmodel en steek als overheid gewoon geld in de sector. Ondernemers investeren al genoeg in het product en hoeven niet nog eens extra geld in de regiomarketing te steken.” De campagne ‘Gelderland levert je mooie streken’ moet vooral blijven. De kracht zit volgens de ondernemers in de herhaling en we moeten vooral niet iets nieuws willen bedenken.
Tot slot
Aan het eind van de bijeenkomst mochten alle RBT-directeuren hun verwachtingen voor de toekomst uitspreken. Manuel Hezeman van Achterhoek Toerisme verwacht een gestage groei van het toerisme in zijn regio en zet in op diverse campagnes. Jurriaan de Mol van RBT KAN hoopt dat het concept Gelderland Wijnland verder doorgroeit en ziet dat het herinneringstoerisme vanuit de niche hard groeit. Bastiaan Overeem van de Veluwe ervaart een enorm positieve flow bij overheden en ondernemers. Richard de Bruin gaat na jaren van investeren in Rivierenland oogsten. Hij ziet steeds meer toeristische ontwikkeling in het gebied en gelukkig praten overheden en ondernemers nu veel meer met elkaar. Wilco de Jong had nog een mooie afsluiter met de wens dat Gelderland prominent in de Lonely Planet moet komen. Lichtend voorbeeld was Rotterdam dat na een plaats in de top tien 40% meer toeristen trekt.